-kijk naar advertentie-

‘Enige en algemene kennisgeving.
Moegestreden is in Zijn Heer ontslapen
Johannes Alberding.
Amsterdam 5 september 1948 – Amsterdam 12 maart 2007

Zestig jaar geworden en gestorven als enige vriend van Frans. Nee, dat staat er niet onder hoor, maar het klinkt wel heel triest als je het hardop zegt. Ik ken Frans namelijk. Frans is een man van net boven de zestig die ik tegenkwam toen ik op tram 9 stond te wachten aan de Plantage Middenlaan. Een bezoek aan Artis had ik net afgerond en vlot haastte ik mij door de koude naar de halte voor tram 9. Daar stond hij. In alleen een bloesje met korte mouwen en een korte broek met daaronder sandalen met uiteraard grijze, gebreide sokken.

Met zijn linkerhand droeg hij een plastic tas die niet bol stond van de inhoud, maar juist strak langs zijn benen hing tot bijna op de grond. In zijn rechterhand hield hij stevig een strippenkaart vast. Door de spanning in zijn hand kroop er een gevoel van medelijden vanuit mijn tenen tergend langzaam omhoog tot in de kruin van mijn hoofd.

Ik groette de man zo vriendelijk mogelijk en probeerde verder geen aandacht meer aan hem te besteden. Maar dat lukte dus niet! Mijn ogen moesten gewoon naar hem kijken en hoe langer ze op de man gericht waren, hoe meer details mij opvielen.

Zo zat zijn gezicht onder de wondjes van het scheren. Aan zijn kin hing zelfs nog een klein stukje wc papier om het bloeden te stelpen. Aan zijn bloesje misten twee knopen, zodat deze iets openviel en ruimte maakte voor het zicht op een gelig, met onuitwasbare vlekken besmeurd onderhemd. Zijn riem had maar drie gaatjes, die te ver naar het uiteinde zaten, waardoor de gesp dóór de riem moest worden gedrukt op een plaats die daar eigenlijk niet voor bedoelt was. Zijn bruine sandalen waren versleten en in zijn linker sok zat een gat precies bij zijn grote teen.

Toen ik de man zo zag staan, dacht ik in eerste instantie dus aan een zwerver. Dwalend door de straten, opzoek naar vermaak of geld om de dag door te komen. Eventueel iets te eten of te drinken, omdat de man er erg hongerig uitzag. Maar hoe vaak had ik eigenlijk een zwerver op de tram zien staan wachten?

Deze kwam toevallig net aanrijden nadat ik hem helemaal had bekeken. Ik gebaarde de man in te stappen en toen hij zijn kaartje aan de dame in het hokje overhandigde om deze te laten afstempelen, kreeg hij als antwoord: ‘Niet genoeg strippen!’

Hij bleef een beetje onzeker staan en keek wat verdwaasd om zich heen om te zien of ze het misschien tegen iemand anders had, maar niets was minder waar. Door zijn twijfeling merkte ik al snel dat de man geen geld bij zich had om zijn reis te kunnen betalen dus stapte ik naar voren, betaald de € 1,60 en liet meteen mijn eigen kaartje afstempelen.

Zo kwam ik dus te weten dat de man Frans heette en onderweg was naar zijn beste vriend Jan Alberding. Daar zou hij dineren, zoals hij ongeveer twee keer in de week deed om daarna weer terug te keren naar de Plantage Middenlaan.
‘Jan is alles voor me’, zo vertelde Frans. ‘Ik ken hem al mijn hele leven. Hij heeft net als ik ook heel vroeg zijn vrouw verloren en sindsdien zijn we helemaal onafscheidelijk.’ Toen zij zo nog wat meer léuke dingen vertelde over zijn jeugd met Jan en de fietstochten naar Alkmaar, kreeg ik weer een beetje een warm gevoel van binnen. Twee mensen die er voor elkaar zijn. Niet meer dan twee, maar meer dan genoeg.

Frans vertelde me ook nog dat Jan al vanaf zijn jeugd geen contact meer heeft met zijn zus. Toen Jan op zijn achttiende het huis uit ging om voor zichzelf te zorgen en zijn moeder alleen met haar dochter achterliet, heeft zijn moeder het contact verbroken. Waarom ze dat deed weet Jan tot op de dag van vandaag nog steeds niet. Met het verbreken van dat contact heeft Jan ook zijn zus nooit meer gezien. Dat zij in een flatje in Noord Amsterdam woont wist hij nog net te vertellen, maar dat was ook alles wat hij nog van haar wist. ‘Het was voor Jan een enorme bittere pil geweest om te slikken.’

‘Waarom zoekt Jan haar dan niet op?’, had ik hem nog gevraagd. ‘Dat durft hij niet. Hij is na al die jaren écht gaan geloven dat hij inderdaad iets verkeerd heeft gedaan. Dat hij zijn zus nooit meer heeft gezien, heeft zijn hart gebroken,’ zei Frans. ‘Als mij zoiets zou overkomen, zou ik het besterven. Helemaal als dat met Jan zou gebeuren. Hij is echt mijn beste vriend!’

Mijn halte.

Ik duwde de goede man € 2 in zijn handen. ‘Voor de terugreis’ zei ik tegen hem. Hij straalde en lachte me na terwijl ik de tram uitstapte. Hij zwaaide nog en nu is zijn enige vriend er niet meer…

-kijkt naar advertentie-

‘Nu moet ik je nog meer missen dan ik al deed. Waarom zijn onze wegen ooit gescheiden? Intens verdrietig neem ik afscheid van mijn broertje.

Julia Alberding’

Deel dit bericht via:
  • Print
  • StumbleUpon
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • email
  • LinkedIn
  • NuJIJ
  • Tumblr