Zucht. Zeven uur. Zwaar hoofd. Mijn moeder roept van onder aan de trap. ‘Kom je er nu uit? Je moet naar school!’ Ik rol mijn bed uit, zoek naar schoon ondergoed in de mijn kast en trek gewoon de kleren van gisteren weer aan.

Boek, schrift, etui, telefoon. Wat nog meer? Heb ik alles? Zal wel. Ik rits mijn tas dicht en loop half struikelend de trap af. ‘Nee ma, geen brood. Ik wil niet ontbijten. Ik eet wel wat op school. Nee, geen broodje kroket. Beloofd.’

In de schuur staat mijn fiets natuurlijk helemaal achteraan. Ik sleep me door de eerste rij fietsen heen. Eerst die van mijn moeder, dan die van mijn zus, dan die van mijn vader en dan pas die van mij. Shit. Heb ik hem nou echt op slot gezet? Waar is die sleutel dan gebleven? Ik zet nooit mijn fiets op slot in de schuur. Hoe gefrustreerder ik wordt, hoe minder zin ik krijg in school. Als ik me omdraai om terug naar binnen te rennen en de sleutel te gaan zoeken, zie ik mijn zusje achter het raam zitten te grinniken. In haar hand houdt ze de sleutel van mijn fiets.

Inmiddels heeft dit geintje vijftien minuten geduurd en nu ben ik dus echt te laat. Ik spring op de fiets, dit keer geen lekke band en trap me een ongans om nog op tijd op school te zijn. Op school aangekomen race ik de fietskelder in en zet mijn fiets in de eerste de beste lege plaats. Nu nog uitvinden welk lokaal ik vandaag mijn eerste les heb.

De trap op, langs de conciërges, hopen dat ze me niet zien (ik moet nog een middag corvee inhalen) en snel een blik op het roosterbord. D102. Eerste verdieping. Oh god, waar heb ik mijn tas? Nog achter op de fiets. Snel terug, trap af, waar stond die fiets ook alweer. Tas van de bagagedrager, weer terug de trap op, langs de concie… ‘Bart! Jij komt vanmiddag je corveedienst inhalen! Vier uur hier!’ Shit. ‘…hopen dat ze me niet zien…’ Vergeten…

‘En waar kom jij zo laat vandaan? Heb je een briefje? Nee, ga maar halen bij de conciërge. Laat je tas maar vast hier vooraan naast de tafel liggen.’ Ik weer terug naar beneden, naar de conciërge. ‘Sorry, maar ik ben te laat. Mijn zusje had mijn fiets op slot gezet en de sleutel verstopt. Ja, ik weet het. Het klinkt als een hele slechte smoes, maar helaas, het is toch echt waar. Als u wilt ruilen, graag. Ik uw baan, u mijn zusje.’ ‘Oke, oke, ik kom morgen ook corveeën, als ik nu het briefje maar krijg.’

Weer terug naar de klas. Ik klopt vriendelijk aan de deur ook al kost me dat enorm veel moeite. ‘Goedemorgen mevrouw Zomers! Ik ben iets te laat, maar ik heb net maar vast een briefje gehaald! Wat? Of ik weet wat cynisme is? Oh, heb ik vandaag toch al iets geleerd.’

Met grote letters staat op het bord: BEROEPSKEUZE WEEK. Nou, ik weet in ieder geval al wat ik niet wil worden. Leerling.

Deel dit bericht via:
  • Print
  • StumbleUpon
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • email
  • LinkedIn
  • NuJIJ
  • Tumblr