Dat werkgevers belang hechten aan ondernemendheid van hun werknemers is al lang bekend. Bedrijven zoeken naar medewerkers die nieuwsgierig, geïnteresseerd, kritisch en alert zijn. Kortom; één die kansen ziet en deze ook grijpt. Ontstaat deze ondernemendheid door een intrinsieke motivatie of kan deze ook aangeleerd worden? Daar ligt de vraag voor het onderwijs: Hoe leren we onze leerlingen ondernemend te worden? En kan deze eigenschap wel aangeleerd worden?
Op elk niveau van onze MBO opleidingen vragen we van onze leerlingen een vorm van zelfstandigheid. Van niveau 1 tot en met niveau 4 krijgen deze ‘jong volwassenen’ te maken met lesstof, vragen, opdrachten en projecten waar ze, geheel zelfstandig, hun eigen weg moeten vinden. We verwachten de leerlingen zelfstandigheid te leren door ze in het diepe te gooien, maar hebben we ooit een kind in het water gegooid voor zijn A-diploma en gevraagd: ‘Laat maar zien. Als het lukt, krijg je je diploma! ‘ Waarom doen we dit dan wel in het MBO onderwijs?
Als we kijken naar onze scholen, waarin CGO opleidingen worden aangeboden, dan zien we deze vorm regelmatig terugkeren. De leerling komt de eerste dag op zijn nieuwe school (nog vers van het VMBO) en krijgt meteen een opdracht voor de kiezen zonder een handleiding, ervaring of enige uitleg. Docenten trekken zich terug en zijn ‘beschikbaar’ voor vragen. Maar welke vragen te stellen als je niet weet welke kant je op moet? Of welke kant de docent van je verwacht op te gaan?
De belangrijkste taak bij het aanleren van ondernemendheid bij leerlingen is weggelegd voor de docent. Zoals bekend verandert de rol van de docent in het Competentie Gericht Onderwijs. De docent is niet alleen meer een orakel die theorieën haarfijn weet uit te leggen, maar ook de badmeester die de haak hanteert die voorkomt dat je kopje-onder gaat. Een mentor die je de eerste stapjes leert en je duidelijk maakt (op welke manier dan ook) waar de uitdagingen in een vak, project, opleiding of zelfs in een beroep liggen. Pas als je enige proefrondjes hebt gedraaid is het tijd om het zelf te proberen, maar wel met een begeleider langs de zijlijn die op elk moment kan ingrijpen en die dat ook, vanuit zijn eigen ondernemendheid, doet.
Mogelijkheden zien (deze niet voorgekauwd krijgen, maar wel op gewezen worden), verbeteringen aanbrengen (of aangebracht krijgen), nieuwe ideeën bedenken en creatief zijn (hiertoe gestimuleerd worden) en actie ondernemen maken het onderwijs interessant voor mensen. En niet alleen voor leerlingen maar ook voor al het lesgevend en ondersteunend personeel.











