Elke situatie begint met een verhaal. Ergens in een ver land ligt een klein dorpje waar de inwoners in harmonie samenleven. De bakker zorgt voor het brood en ruilt dat met de slager voor het vlees wat hij graag wil eten. Er zijn vrouwen die maken kleding voor elkaar en mannen die zorgen voor het hout voor de kachel om hun gezin en andere gezinnen warm te houden.
Door het dorpje loopt een kleine stroom. Deze stroom wordt gebruikt door de kinderen in het dorp op de vrije middagen om in spelen. De stroom is nog geen halve meter diep en een meter breed, maar brengt de kinderen altijd veel plezier.
Op een dag in het voorjaar, als de mensen uit hun huizen komen, na een koude winter binnen te hebben gezeten, zien ze dat de rivier zich verbreed heeft. De randen zijn wat afgebrokkeld en het water, wat er door stroomt, heeft de bodem weggesleten. De inwoners zien dat er iets veranderd is, maar omdat de kinderen nog steeds in het water kunnen spelen en ze nog steeds de overkant kunnen bereiken, zijn ze de verandering al snel vergeten en gaan door met hun dagelijks leven. De bakker bakt nog steeds zijn brood, de slager zorgt voor het vlees, de vrouwen maken kleding en de mannen zorgen voor het hout om hun gezinnen en andere gezinnen warm te houden.
Het jaar vliegt om. Als het voorjaar weer voor de deur staat en de bewoners van het dorpje naar de stroom lopen, zien ze dat deze weer breder is geworden! Weer heeft het water de bodem weggesleten en de oevers laten afbrokkelen. Het verschil met het jaar ervoor is alleen, dat de overkant niet meer te bereiken is en dat de kinderen alleen nog aan de kant in het water kunnen spelen, als de bewoners ze maar in de gaten houden. Nog steeds wordt er gespeeld en is het de vrolijkste plek van het dorp, maar de ouderen hebben door dat er dingen aan het veranderen zijn. De bakker bakt nog steeds zijn brood en de slager zorgt nog steeds voor het vlees, maar alleen maar voor de inwoners aan hun zijde van de stroom, welke inmiddels een rivier is geworden. De mannen die het hout hakken brengen het alleen nog naar de gezinnen aan hun kant en ook de vrouwen maken alleen nog kleding voor de anderen aan dezelfde kant van de rivier. En nog steeds spelen de kinderen in het water.
Op de warmste dag van de zomer gebeurt er alleen iets wat de inwoners van het dorp verandert. Een van de kinderen waagt zicht meer naar het midden van de rivier waar het water harder stroomt en ook gevaarlijker is. De ene kant van de rivier roept dat hij terug moet komen naar hun zijde, maar de mensen aan de andere kant roepen net zo hard naar de jongen. Zij roepen dat hij naar hun zijde van de rivier moet komen! De jongen, inmiddels erg verward omdat hij niet meer weet welke kant hij op moet, raakt in paniek en verdrinkt. De ouders van het kind huilen en ook de rest van het dorp huilt. De zomer loopt langzaam over in de herfst.
Als de winter ten einde loopt en de eerste voorjaarszon zich laat zien, merken de inwoners dat de rivier wéér breder is geworden. De kinderen kunnen er nu niet meer in spelen en ook de inwoners wagen zich niet meer in de buurt van het water. Heel langzaam zijn er twee dorpjes ontstaan, waar elke bakker voor het brood van zijn dorpje zorgt. De slager de dieren slacht voor zijn dorpje. De vrouwen kleding maken voor de inwoners van hun zijde en de mannen hout halen voor alleen hun buren. Hoe kon het gebeuren dat de inwoners van één dorp, die drie jaar geleden nog zo hecht waren dat ze voor elkaar zorgden en elkaars kinderen samen zagen spelen, nu zo langs elkaar leefden?
Het jaar verstrijkt en als de winter weer is afgelopen vertrekken de mannen in het voorjaar om hout te halen. Deze winter is er alleen iets gebeurd wat de nieuwe lente drastisch zal veranderen. De bakker van één van de dorpjes was ondertussen te oud geworden en besloot om te stoppen met het bakken van brood. Zijn handen konden niet meer en zijn rug deed pijn van al die jaren hard werken. Wat moesten de inwoners van het dorpje, nu ze geen bakker meer hadden? Ze wisten dat er aan de andere kant van de rivier nog wel een bakker leefde. Deze had jaren lang voor het brood gezorgd! Maar hoe kwamen ze aan de overkant? Hoe kon het dat de rivier als probleem in het midden lag?
Toen de mannen terugkwamen met het hout en hoorden dat de bakker niet langer voor het brood kon zorgen, stond er één van hen op en zei: ‘Misschien moeten we nu ons hout investeren in het bouwen van een brug. Zo kunnen we naar de andere kant toe en zal die bakker zeker zorgen voor ons brood.’ Maar hoe bouw je een brug als maar één van de twee kanten dat idee heeft? De man vertrok naar de oever van de rivier en begon naar de andere kant te roepen. Zijn stem droeg niet ver genoeg en de andere kant reageerde niet. Een tweede man sloot zich bij de eerste aan en begon mee te roepen. De twee stemmen droegen al verder, maar nog steeds kwam er geen reactie. Toen vervolgens ook een derde en een vierde man aansloten was de roep hard genoeg en kwam er een reactie van de andere kant. De vier mannen riepen hun probleem en de oplossing naar de andere zijde. Het dorp aan de overkant reageerde meteen door ook hun hout te gebruiken voor het bouwen van een brug. Ze konden zich namelijk goed herinneren hoe het een aantal jaren geleden was, toen hun kinderen nog samen speelden, de vrouwen samen hun kleding maakten, de bakkers samen hun brood bakten, de slager samen voor het vlees zorgden en de mannen samen het hout gingen halen.
Het kostte het hele voorjaar om de brug te bouwen, maar in de zomer was deze eindelijk klaar. De kinderen renden op elkaar af om weer samen te spelen. De bakker bakte zijn brood voor alle inwoners, de slagers slachten samen de dieren, de vrouwen zaten samen om hun kleding voor de winter te maken en de mannen vertrokken om voor het hout te zorgen.
Nu de brug er was realiseerden de inwoners van het dorp, wat nu weer één dorp was, zich dat het veel minder moeite kostte om hun taken te doen, nu ze met meer mensen samen waren. De brug zorgde voor een geoliede samenleving. De brug nam het nare gevoel weg wat er de laatste jaren was ontstaan. Maar het belangrijkste wat de brug hun bracht was de vereniging tussen vrienden die elkaar een tijd niet hadden gesproken. Iedere inwoner van het dorp erkende de waarde van de brug en koesterde deze. En elk jaar zorgden ze er samen voor dat de schade die de herfst en de winter aan de brug hadden aangebracht, gemaakt werd zodat zij voor de rest van hun leven de brug konden gebruiken om bij elkaar te komen. Zo ontstond er weer één dorp; met één brug.











